Parels en de Gouden eeuw
Wat is de eerste afbeelding die in je opkomt als je denkt aan ‘Parels en de Gouden Eeuw’?
Veel mensen zullen denken aan het beroemde schilderij ‘Het meisje met de parel’ van Johannes Vermeer. Toch was dat geen échte parel, want wie niet rijk was droeg in die tijd parels van glas. Op het schilderij ‘De burgemeester van Delft en zijn dochter’ van Jan Steen zijn wel echte parels afgebeeld. Het schilderij, dat Het Rijksmuseum in 2004 kocht voor 11,9 miljoen, toont vier mensen voor de burgemeesterswoning in Delft. In het midden een rijke man van rond de veertig, links van hem staat een meisje van wie wordt aangenomen dat het zijn dochter is. Rechts van de man staat een arme vrouw met haar zoon. Het contrast tussen het meisje met de parel juwelen aan de linkerkant en de vrouw die smeekt om een aalmoes is groot.
Jan Steen heeft veel schilderijen achtergelaten die de 17e eeuw van alledag weergeven. Vaak toont hij de donkerdere kant van de samenleving en de gewone burger met bijvoorbeeld een eettafel verlicht door kaarslicht. Frans Grijzenhout doceert kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en is presentator van televisieprogramma’s. In zijn programma’s onderzoekt hij het geheim achter beroemde meesterwerken uit de Gouden Eeuw. Zo ontdekte hij dat de man in het schilderij ‘De burgemeester van Delft en zijn dochter’ helemaal niet de burgemeester was. Het was een korenhandelaar op de stoep van de burgemeesterswoning. Grijzenhout legt de aantrekkingskracht van Jan Steen uit: ‘Ze zijn grappig en lijken direct aan te spreken. Mensen denken zichzelf erin te herkennen. En het geeft een beeld van de “gewone” Gouden Eeuw.’
‘De man draagt een zwart kostuum van een zijdeachtige stof. Daaruit is op te maken dat hij een rijke koopman is. Aan zijn linker ringvinger draagt hij een zegelring, die goed van pas komt bij het verzegelen van brieven. De dochter draagt een kostuum dat in die tijd gebruikelijk is voor meisjes tot 17 jaar. Haar rok is opgespeld, waardoor de kostbare onderrok en haar elegante schoentjes goed te zien zijn. Ze is behangen met parels. Haar vader is duidelijk welgesteld. In de Gouden eeuw kleden rijke ouders zichzelf vaak in het zwart, maar aan hun kinderen is te zien hoe welgesteld ze werkelijk zijn met parels aan hun kettingen, oorringen en armbanden.’
De ketting van de dochter op het schilderij kostte tussen de 50 en 150 gulden, schat Frans Grijzenhout. Dat is veel, als je je bedenkt dat het jaarsalaris van ongeschoolde arbeiders in die tijd 300 gulden was, en dat van geschoolde arbeiders 400 gulden. Er was in de Gouden Eeuw een duidelijk klassenscheiding: een bovenklasse, bestaande uit regenten en rijke handelaars; een middenklasse van winkeliers en ambachtslieden; en een lagere klasse van mensen met beperkte middelen. De classificatie is verdeeld naargelang het individu meer of minder handmatige arbeid verrichtte en of de persoon kapitaal had. De elites werkten niet met hun hand. De middenklasse – winkeliers en ambachtslieden – was wel betrokken bij handarbeid, maar beschikte ook over een zekere vorm van kapitaal zoals grondstoffen. Leden van de laagste klasse hadden alleen hun arbeid te verkopen.
Frans Grijzenhout: ‘De kleding van de bedelares is eenvoudig, maar het bont op haar muts wijst er mogelijk op dat ze betere dagen heeft gekend. In die tijd is een muts met een bontrandje typisch Duitse klederdracht. In de 17de eeuw kwamen veel arme Duitse migranten naar de rijke Nederlandse republiek in de hoop op een beter bestaan. De vaas met bloemen staat vreemd genoeg niet binnen,maar buiten in het venster. Ook in de Gouden Eeuw is dat apart, Jan Steen moet er dus iets mee bedoeld hebben. Een boeket staat in het algemeen symbool voor de kwetsbaarheid van het leven. In dit geval verwijst het mogelijk ook naar de dood van de echtgenote van de afgebeelde man.’
Dus een rijke korenhandelaar die een partner heeft verloren, een goed gekleed meisje geboren in een rijke familie en immigranten die smeken om geld. Zo’n scène, weliswaar met ander soort kleding, zou je ook nu nog kunnen zien in het huidige Nederland. Het ‘gewone’ leven in de Nederlandse Gouden Eeuw, geschilderd door Jan Steen, verovert vandaag nog steeds de harten van ‘gewone’ mensen.
Twee momenten in het leven van een duiker
There are two moments in a diver’s life: One, when a beggar, he prepares to plunge; Then, when a prince, he rises with his prize. Robert Browning
Robert Browning is een Britse dichter en toneelschrijver uit het begin van de 19e eeuw. Hij vergelijkt de duiker die op het punt staat het water in de duiken met een bedelaar, maar zodra de duiker omhoogkomt uit het water met een parel is hij als een prins. Het toont de kracht van parels die bedelaars in een oogwenk in prinsen kunnen veranderen. Natuurlijke parels zijn altijd het onderwerp van verlangens geweest vanwege hun schaarste en schoonheid. Van de 19e eeuw tot het begin van de 20e eeuw beschermde Groot-Brittannië een groot deel van de Arabisch-Peninsula in de Perzische Golf, dit gebied is beroemd vanwege de natuurlijke parels. Daarnaast verzamelt Groot-Brittannië natuurlijke parels in de Golf van Mannar tussen de Tamil-kust van Zuid-India en het noorden van Sri Lanka.
Al vóór Groot-Brittannië haalde Nederland parels uit de Golf van Mannar, tijdens de Nederlandse koloniale tijd tussen 1658 en 1796. Nederlandse parelvissers stopten steeds tijdelijk met het verzamelen van parels zodat de parelslakken genoeg tijd zouden hebben om te groeien. De natuurlijke levenscyclus van de pareloester is ongeveer 5 jaar. Er zijn natuurlijke vijanden zoals bepaald zeewier of andere soorten oesters die de groei van de pareloester belemmeren. Daar kwam nu de exploitatie van de mens bij.
Rondom de Golf van Mannar is een gebied met veel grote vissen zoals haaien. Daarom was het verzamelen van parels een levensgevaarlijke taak. De duiker blokkeerde de neus en oren en smeerde het lichaam in met olie. Om zijn nek of onder zijn linkerarm hield hij een mand. Hij dook in zee met een steen van ongeveer zes kilo aan zijn voeten. Hij pakte de pareloester zo snel mogelijk op en stopte hem in de mand. Wanneer de mand vol was, trok de duiker aan het touw waarna een collega op de boot hem zo snel mogelijk omhoog hees. De duikers doken om de beurt zodat ze tussendoor weer op kracht konden komen. Duiken ging door tot de avond wanneer de boot vol zat met oesters. Boten geladen met parelschelpen keerden terug naar het dorp en laadden de waardevolle schelpen uit. Voor de hut van de duikers lagen nu verschillende stapels schelpen. De duikers zaten rond die stapels en openden de oesters op zoek naar parels. Lang niet alle oesters bevattenhebben parels.
Na de oogst werden de parels beoordeeld door “Chitini”, dé pareldeskundige van dat moment. De volledig ronde of bolvormig parels waren het meeste waard. De tweede categorie was ook nog behoorlijk bolvormig, gevolgd door de ovale, peervormige en druppelvormige parels. De onregelmatig gevormde parels, bekend als barokke parels, vielen in de vierde categorie. Na dat de parels ingedeeld waren naar hun vorm, gewicht, parelglans en oppervlaktekwaliteit werden ze voor hoge prijzen verkocht aan handelaren. Per schip bereikten de parels vervolgens rijke mensen elders in wereld.
Deze handel in natuurlijke parels nam sterk af aan het begin van de 20e eeuw. Een van de redenen was de opkomst van de Japanse gekweekte parels, uitgevonden door Kokichi Mikimoto. ‘Mijn droom is om de hals van alle vrouwen over de hele wereld met parels te versieren’, zei hij. De Japanse parelkwekerij kon grote hoeveelheden goedgevormde parels leveren. Kweekparels kostten ongeveer een derde van de prijs van de natuurlijke parels. Hierdoor werden parels toegankelijk voor het grote publiek.
Parels bij de Baai van Omura, Nagasaki
De Baai van Omura ligt in het midden van de provincie Nagasaki in Japan. Aan de oostkust van de Baai bevindt zich de parelkwekerij van Noritsugu Matsuda. Zijn werkplaat ligt aan de voet van een kleine berg, omringd door weelderige bergen met uitzicht op de baai. Op deze binnenzee zijn er niet zoveel golven. Het is er rustig, er klinkt enkel het geluid van de trein die rond de baai loopt.
De parels in de Baai van Omura kennen een lange geschiedenis die is opgenomen in de ‘Hizen Fudoki (beschrijving van de cultuur, het klimaat, enz. van de provincie Hizen; ca. 732)’ samengesteld in de Nara-periode (710–794). Hierin wordt bijvoorbeeld verteld dat de vrouwelijke parelduiker Ama een schelp opende voor de twaalfde keizer. Blij zag de keizer hoe er twee fonkelende parels tevoorschijn kwamen. Aan het einde van de Periode van de Strijdende Staten (1582) gaf Tensho-keno, de afgezant van de christelijke landheer Daimyo uit Kyushu een parel uit de Baai van Omura aan Gregory XIII, de toenmalige Romeinse Paus. Tijdens de Edo-periode (1603–1867) waren het de generaties van de Omura-clan die deze kostbare natuurlijke parels beschermden en de parelvisserij voortzetten. Het was ten strengste verboden om de schaaldieren zomaar te vangen en te eten. De clan bepaalde wanneer het visseizoen was geopende en betegelde de zeebomen met stenen om zo de habitat van de pareloester te verbeteren. Het monopolie op de pareloesters was een belangrijke bron van inkomsten voor de Omura-clan. Zij exporteerden de parels via Deshima naar de Nederlanden. Philipp Franz von Siebold, een arts die in Deshima in Nagasaki verbleef, schreef in zijn boek ‘Edo Sanpu Kikou’ dat de parels als poeder door de Japanners zelf ook als medicijn werden gebruikt. 
De parelkwekerij is verbonden met de geschiedenis van de natuurlijke parels in de baai van Omura, die al sinds de oudheid bestaat. Op verschillende plaatsen is onderzoek gedaan om prachtige parels kunstmatig te maken. Na de succesvolle kweek van halfronde parels door Kokichi Mikimoto in de regio Mie, vond ‘s werelds eerste succesvolle cultivatie van echte ronde parels plaats in Nagashima, een eiland in de Baai van Omura (1907). In het volgende jaar werd deze cirkelparel aan keizer Meiji gepresenteerd. De parelkwekerij is een Japanse uitvinding die de wereld heeft verrast. Deze gekweekte parels hadden dezelfde kwaliteit als natuurlijke parels, maar de prijs van natuurlijke parels was veel hoger.
Matsuda en zijn jongere broer hebben de parelkwekerij van hun vader voortgezet. Het is nodig om met minimaal twee mensen samen te werken, omdat er noodsituaties op zee kunnen voorkomen. Parelkwekers verzorgen de schaaldieren, plaatsen de kern en laten de parels groeien tot het tijd is om te oogsten.
Matsuda legt het uit: ‘Om parels te maken, hebben we twee soorten pareloesters nodig: een moederen een celoester. Ik koop jonge pareloesters en laat ze groeien tot ze groot genoeg zijn, dit wordt “tailoring”genoemd. De schaal van de schelpdieren is op het moment van aankoop ongeveer 0.1 centimeter, en groeit in twee jaar tijd tot ongeveer 6 centimeter. Er zijn ook parelkwekerijen die geen jonge pareloesters kopen maar deze zelf ontwikkelen vanuit de moederoesters en de celoesters. Om parels te kunnen ontwikkelen is het noodzakelijk om de ‘kern’ te plaatsen in de moederoester. Dit proces begint elk jaar rond eind mei, wanneer de schelpdieren groot genoeg zijn. De schelpdieren moeten licht verzwakt zijn om de kern te kunnen plaatsen anders wordt deze door de oester afgestoten.
Met een ‘kern plaatsen’ bedoelt hij dat ze een stuk buitenste schil van de celoester en een klein stukje zoetwaterparel met een diameter van ongeveer 5 millimeter bevestigen aan de binnenkant van de moederoester. Het werk gaat snel en ziet er gemakkelijk uit, maar vergt de precisie van een operatie met een combinatie van instinct en ervaring. Na deze operatie laat Matsuda de pareloesters ongeveer 10 dagen lang uitrusten in de Baai van Omura en vervolgens brengt hij ze naar het eiland Kujukushima. Daar groeien de pareloesters gedurende de koude winter. Kujukushima heeft een stabiele watertemperatuur, rustige golven, een goede vloedstroom en overvloedige plankton.
Matuda kijkt naar de zee en vertelt: ‘In het verleden waren er veel parelkwekerijen in de omgeving van de Baai van Omura, rond 1980 waren het er nog ongeveer vijftig. Maar de baai is vervuild geraakt door de dijk en de dam. Als ik zeekomkommers vang uit de zee zie ik dat er afval via de rivier de zee instroomt. Onze parelkwekerij is als enige overgebleven aan de oostkant van de baai. 
Op Kujukushima worden de pareloesters één keer per week schoongemaakt. De pareloesters gaan dood tenzij het zeewier en andere oesters die aan de pareloesters plakken met een mes worden verwijderd. De parels die in december worden geoogst, noemen we ICHINENMONO (één jaar). Parels die het volgende jaar in juni worden geoogst, noemen we KOSHIMONO (na jaarwisseling). Hoe langer de parels in de zee blijven, hoe groter de parels worden. Maar met de tijd neemt ook de kans toe dat ze zullen sterven. 
Wat is essentieel voor een goede parel? Matsuda: ‘Goed zeewater, goede oesters, ‘tailoring’ technieken en geluk.’ Zijn ogen fonkelen. Hij ziet het parelkweken als een levenslange baan: ‘Je kunt op een gezonde manier werken met de natuur en de zee is altijd dichtbij.’ 
Parelhuis
Katsuya Fuji gaat elke dag naar zijn werk van Nagasaki City naar Pearlheim, het bedrijf in Omura City. Het is het gebied dat bekend staat om haar gecultiveerde parels. Hij is fabrieksmanager van Pearlheim. Pearl is parel in het Engels en Heim is huis in het Duits. Parelhuis dus. Pearlheim werd opgericht om bij te dragen aan de onafhankelijkheid en levensstabiliteit van zwaar gehandicapte mensen. Ze verfijnen de parels en maken er accessoires van. 
Toen Shunsaku Tasaki, oprichter van de beroemde Tasaki Pearl Co., door het provinciebestuur gevraagd werd om geld te doneren voor het welzijn van gehandicapten, stelde hij voor een fabriek op te richten waar gehandicapten konden werken. En zo geschiedde in mei 1975. ‘Dit idee is typerend voor de heer Tasaki. In plaats van alleen maar geld te doneren, bedacht hij een manier waardoor gehandicapten zelf geld kunnen verdienen en onafhankelijker kunnen zijn.’ vertelt Fuji, terwijl hij een rondleiding geeft door het Parelhuis.
‘De werkdag begint om 8:30 uur in de ochtend en eindigt om 16:30 uur. Daarna krijgen degenen die intern wonen avondeten en gaan naar bed. In het weekend en op feestdagen wordt er niet gewerkt. Als ze vrij zijn kunnen ze naar een café of naar een speelhal om PACHINKO ”buurt casino” te spelen. Ze moeten dan om negen uur ’s avonds thuis zijn.’
Veel werknemers zijn stil aan het werk op de werkplaats, het is erg licht en stil. De uitdrukking op de gezichten veranderen niet veel. Mensen zijn geconcentreerd – schrapen het overbodige deel van de Mabe-schelpen weg, poetsen de parelmoeren laag van de schelpen en bevestigen de parels aan oorbellen, hangers en ringen. De parels sprankelen.
‘In het parelhuis werken 25 begeleiders en 55 medewerkers met een psychiatrische stoornis, een verstandelijke beperking of een lichamelijke handicap. Sommigen van hen komen zelfstandig naar het parelhuis, anderen moeten worden opgehaald en 28 medewerkers wonen in slaapzalen. Het hangt af van het soort werk en de persoon, maar de eerste drie jaar leren ze hoe ze moeten werken, aangepast aan hun handicap. Een dove medewerker is bijvoorbeeld het schaaloppervlak aan het schrapen. De geluiden van het bewerken van schelpdieren zijn erg hard, maar daar heeft hij geen last van. Andere werknemers kunnen erg gefocust zijn op één ding, maar niet op veel tegelijk. We zoeken steeds de juiste persoon op de juiste plaats.’
Fuji laat de schelpen zien. ‘De akoya schelp, de witte vlinderschelp, de zwarte vlinderschelp.... Dit is de Mabe-schelp. Mabe-parels worden anders geproduceerd dan andere ronde parels. Ze hebben een halfronde kern en zitten vast aan hun schelp, waardoor er een halfronde parel ontstaat. Pearlheim werkt met de Mabe-schelpen van Amami Oshima. De textuur is heel fijn in vergelijking met andere parelmoer schelpen.’
De gepolijste schelpdieren veranderen van kleur afhankelijk van de hoek. En de glans van parelmoer is diep. Ik herinner me de woorden van Fuji: ‘de juiste persoon op de juiste plaats’ opnieuw. Als ik naar de juiste plaats van Meneer Fuji vraag, zegt hij: ‘Ik doe van alles’. Hij is de fabrieksmanager van het bedrijf en gekwalificeerd als maatschappelijk welzijnswerker. Hij doet van alles: het besturen van een bus, planningen maken, schelpen polijsten en ga zo maar door. Hij kwam hier te werken vlak na een ernstig verkeersongeluk 38 jaar geleden. “Mijn benen waren verlamd, maar ik ervoer toen: de rest van mijn lichaam kan gewoon functioneren.”
Concept, Research and Development: Kumi Hiroi, Photo: Hymmen & Hiroi, Text, Textile work, Silkscreen Print and Video: Kumi Hiroi, Poem (Renga): Erik Akkermans and Kumi Hiroi, Translation of the poem: Masafumi Kunimori, Text editing (NL): Adinda Akkermans, Proefreading Yumiko Kunimori 
Curator: Chitose Ochi, Supported by Nagasaki Holland Village, Sorisso Riso, Nagasaki Prefectural Museum, IMA gallery & amana.inc, Nagasaki Bus, Pearl industry Nagasaki, Dutch Creative Industry Fund and Dutch Embassy in Tokyo. The textile work is developed at TextielLab in Tilburg, Many thanks to Lotte van Dijk